Een wereld zonder honger, het kan wél!

Een wereld zonder honger, het kan wél!

FAQ.

Wat bedoelen jullie met chronische honger? Is het mogelijk vrijwilligerswerk voor The Hunger Project te doen? Waarom werken jullie juist op het platteland, en waarom delen jullie geen eten of goederen uit? Lees het allemaal in onze FAQ.

Eten is een basisbehoefte. Iedereen heeft voedsel nodig voor een gezond en actief leven. Maar wereldwijd hebben tussen de 702 en 828 miljoen mensen een constant probleem met voedsel: ze hebben honger. The Hunger Project richt zich op de bestrijding van chronische honger. Chronische, aanhoudende honger is wat anders dan acute hongersnood waarvoor in het nieuws vaak veel aandacht is. Deze acute vorm van honger, die wordt veroorzaakt door een tijdelijke crisis, vormt een klein deel van alle mensen die honger hebben. Veruit de meeste mensen met honger hebben chronische honger. Dat wil zeggen dat zij dag in, dag uit te weinig eten, of te eenzijdig eten.

 

Mensen met honger zijn vooral bezig met de vraag waar de volgende maaltijd vandaan komt. En ze kunnen hun kinderen niet het gezonde en diverse voedsel geven dat zij nodig hebben om sterk en gezond op te groeien. Dit neemt bijna al hun tijd en denkruimte in beslag.

 

Door honger kunnen mensen, en hele samenlevingen, zich niet ontwikkelen zoals ze zouden willen. Want door honger neemt de weerstand af en worden mensen sneller ziek. Ze worden te dun of door ongezonde voeding juist te dik. Ze hebben minder energie en kunnen minder goed leren, concentreren en presteren. Ondervoede kinderen lopen een blijvende fysieke en mentale achterstand op – dat werkt een leven lang door. En onnodig veel kinderen en volwassenen sterven door honger.

Wereldwijd hebben naar schatting tussen de 702 en 828 miljoen mensen chronisch honger. Dat is bijna 10% van de wereldbevolking: oftewel 1 op de 10 mensen. Of bijna 48 keer het aantal inwoners van Nederland. De meeste mensen met honger wonen in ontwikkelingslanden, vooral in Azië en Afrika. Ze wonen vooral op het platteland, en het zijn grotendeels vrouwen: zo leeft 31,9% van de vrouwen in milde of ernstige voedselonzekerheid, tegenover 27,6% van de mannen. Daarnaast hebben meer dan 2,3 miljard mensen regelmatig te weinig voedzaam voedsel: zij leven in ernstige of "milde" voedselonzekerheid. Bovendien kunnen 3,1 miljard mensen zich geen gezonde voeding veroorloven.

 

Decennialang daalde het aantal mensen met honger: hoewel de wereldbevolking fors groeide, daalde het aantal ondervoede mensen jarenlang flink. Tussen 2005 en 2015 daalde het aantal mensen met honger van 805,5 miljoen naar 586,6 miljoen: in slechts 10 jaar tijd hadden 218,9 miljoen minder mannen, vrouwen en kinderen honger. Dat is een afname van 12,3% naar 8,0%.

 

Maar de afgelopen 7 jaar kwam er een teleurstellende omslag in die zo gestaag dalende lijn. De vooruitgang op SDG2 is gestokt en honger neemt weer toe. 

Honger kent vele oorzaken. Gebrek aan voedsel hoort daar niet bij: er is genoeg voedsel voor iedereen op de wereld. Maar door armoede en ongelijkheid heeft niet iedereen toegang tot dat voedsel.

 

De belangrijkste oorzaken voor de hardnekkigheid van honger zijn economische ongelijkheid, armoede en genderongelijkheid. Het is een vicieuze cirkel waarin de omgeving, water, sanitaire voorzieningen, onderwijs en gezondheidszorg allemaal een rol spelen. Sommige oorzaken zijn meer voor de hand liggend, zoals klimaatverandering of slecht onderwijs. Zo is het zonder opleiding of de juiste vaardigheden moeilijker om werk te vinden en voldoende te verdienen voor een goede maaltijd. En de steeds heftiger wordende periodes van droogte, onvoorspelbare regens en overstromingen hebben een grote impact op de 2,5 miljard kleinschalige boeren op deze wereld, die voor hun inkomsten en eten immers afhankelijk zijn van regen. 

 

Andere oorzaken zijn meer verborgen, zoals kindhuwelijken: getrouwde meisjes stoppen eerder met school, krijgen minder kansen, hebben een lager inkomen en krijgen jonger en meer kinderen - die vaker ondervoed zijn. Zo hebben deze jonge moeders en hun kinderen meer kans op een leven in armoede en met honger. Ook ziektes als malaria en hiv/aids, het drinken van vervuild drinkwater of het ontbreken van een goede mogelijkheid om spaargeld veilig te bewaren spelen allemaal een rol bij honger.

 

De recente flinke toename van honger komt vooral door de klimaatcrisis, de impact van de wereldwijde COVID-19 pandemie en door conflicten. Zo stuwde de COVID-19 pandemie de voedselprijzen verder op, kwamen vedselmarkten en transporten kwamen stil te liggen en verloren veel mensen hun werk en inkomen met als gevolg meer honger en ondervoeding. Sindsdien zijn er zo’n 150 miljoen mensen met honger bijgekomen. De oorlog in Oekraïne veroorzaakt opnieuw een voedselzekerheidscrisis en versnelt daarmee de toename van honger. De FAO voorspelt dat als gevolg van oorlog in Oekraïne het aantal mensen met honger verder zal stijgen met 13.1 miljoen tussen 2022 en 2026. Net als bij de klimaatcrisis en de COVID-19 pandemie, worden nu ook de mensen die al in armoede leven het hardst getroffen door de stijgende voedselprijzen.

Bij een acute crisis of noodsituatie is noodhulp en het uitdelen van voedsel een manier om levens te redden. Maar de meeste mensen met honger hebben chronische honger. Omdat chronische honger structureel is, heeft voedsel sturen geen zin. Voedselhulp biedt weliswaar even verlichting, maar later is er weer honger. Chronische honger vraagt om duurzame oplossingen.

The Hunger Project richt zich op de armste gebieden op het platteland van 13 landen. Omdat juist daar honger het grootst is en de voorzieningen schaars. Vaak ontbreken op het platteland basisvoorzieningen zoals schoon water, onderwijs, gezondheidszorg, vervoer, en communicatiemiddelen. De mensen hebben daardoor een lagere levensverwachting en minder invloed op de overheid.

The Hunger Project werkt alleen in gebieden waar een stabiele situatie is. Er moeten afspraken gemaakt kunnen worden met de (lokale) overheid, en de gebieden waar gewerkt wordt moeten geen conflictgebieden zijn, maar een zekere mate van vreedzaamheid kennen. Aangezien de programma’s van The Hunger Project lange-termijn-programma’s zijn (bijvoorbeeld acht jaar bij de epicentrumstrategie), kunnen we alleen onder deze voorwaarden aan duurzame ontwikkeling van gemeenschappen werken.

Een wereld zonder honger kan wél. Honger komt niet door een voedseltekort: de wereld produceert genoeg voedsel voor iedereen. Maar door ongelijkheid en armoede heeft niet iedereen heeft toegang tot dat voedsel. Honger is dus niet nodig. Daarom ziet The Hunger Project - ondanks de stijgende hongercijfers - honger als het grootste oplosbare probleem ter wereld. Maar dan moeten we wel met z’n allen héél hard aan de bak om het tij te keren en serieus en slim investeren in dit vraagstuk.

 

Experts van The Hunger Project praten volop mee in allerlei beleidsdiscussies om de trend om te buigen richting de nul. We investeren in kleinschalige boeren, versterken lokale stemmen en investeren in lokale en duurzame voedselsystemen die werken voor iedereen - voor mens, dier en planeet. En met programma’s in meer dan 11.700 dorpen in 13 programmalanden laten we in de praktijk zien dat het einde van honger haalbaar is. De aanpak verschilt per land – want de omstandigheden zijn er ook verschillend. Maar in alle gebieden werken we aan alle oorzaken van honger tegelijkertijd, met vrouwen voorop.

 

Het allerbelangrijkste ingrediënt voor het einde van honger zijn de mensen met honger zelf. Mensen die geloven dat het anders kan, die verandering in gang zetten en anderen inspireren. The Hunger Project investeert in deze mensen, zodat zij een verschil kunnen maken voor hun dorpsgenoten. Zij dragen de oplossing zelf – van onderop, van binnenuit. Op weg naar het einde van honger voor iedereen.

Je kunt ons werk op verschillende manieren financieel ondersteunen. Door een investering in ons werk te doen. Door lid te worden van de business netwerken Odisha’s 100 of Game Changers, of door partner te worden. Door specifiek in één land of thema te investeren. Via een schenkingsakte of via een testament. Of kom voor ons in actie.

Woorden doen er toe. Daarom noemen wij mensen die ons werk financieren geen donateurs, maar investeerders. Niet omdat je een financieel rendement terugkrijgt. Maar wel omdat jouw investering in ons werk een sociaal rendement oplevert: maatschappelijke impact. Je bent daarmee dan ook aandeelhouder van ons resultaat.

Voor ons neigt de term ‘donateur’ iets teveel naar liefdadigheid en afhankelijkheid. En dat is per definitie wat wij niet willen. Omdat wij een gelijkwaardige samenwerkingsrelatie zien tussen mensen met honger die zelf hun situatie verbeteren, het team van The Hunger Project én diegenen die dit werk financieel mogelijk maken.

The Hunger Project Nederland heeft in 2021 89% van de inkomsten besteed aan de doelstelling. Kosten voor fondsenwerving, beheer en administratie houden we zo laag mogelijk. In 2021 gaven we 3% van onze inkomsten uit aan fondsenwerving en 4% aan beheer en administratie, samen is dat € 525.428.

 

Van onze 2021 inkomsten in Nederland ging 20% naar The Hunger Project Malawi. Qua omvang volgt daarna The Hunger Project Oeganda met 17%. Daarnaast droeg The Hunger Project Nederland in 2021 bij aan de programma’s van The Hunger Project in Ethiopië, Burkina Faso, Bangladesh, Benin, Ghana en India (in afnemende volgorde van omvang). Ook droeg The Hunger Project Nederland een programmakostenvergoeding af aan het kantoor in New York.  

Evelijne Bruning en Annelies Kanis vormen als tweekoppige directie samen het bestuur van The Hunger Project Nederland.

 

Evelijne Bruning werkte met een vaste aanstelling het grootste deel van 2021 voltijds (38 uur per week), en vanaf november 36 uur per week. Haar totale jaarinkomen inclusief pensioenbijdrage bedroeg 109.705 euro in 2021. Annelies Kanis werkte in 2021 voltijds (38 uur per week), met een vaste aanstelling. Haar bruto jaarinkomen inclusief pensioenbijdrage bedroeg 107.974 euro in 2021. Dit is het brutosalaris plus vakantiegeld – The Hunger Project kent geen eindejaarsuitkering of variabele beloning.

 

De beloningen van de directie voldoen aan de Erkenningsregeling Goede Doelen. Daarbij geldt in 2021 een maximaal jaarinkomen voor een directeur-bestuurder van 168.893 euro, bestaande uit brutosalaris, vakantiegeld en eventuele variabele beloning, en maximaal 209.000 euro voor het jaarinkomen plus de werkgeversbijdrage pensioen. De beloningen van de directie zijn ook ruim onder de grens van 189.000 euro conform de Wet Normering Topinkomens voor de sector ontwikkelingssamenwerking.

Wat jammer! Maar uiteraard kan dit: bel (030 233 53 40) of mail ons, en we maken dit zo snel mogelijk voor je in orde.

Dat kan via het online donatieformulier. Of maak je donatie rechtstreeks over op onze Triodos bankrekening: NL69 TRIO 0254 7828 76, met bijbehorende BIC: TRIONL2U. Het is ook mogelijk om aan The Hunger Project te doneren via PayPal

The Hunger Project werkt alleen met The Hunger Project vestigingen in de programmalanden. Er wordt veel samengewerkt met andere organisaties, maar er gaat geen geld van The Hunger Project naar andere organisaties, stichtingen of initiatieven.

Dat kan, graag zelfs. We kunnen altijd extra handen gebruiken. Binnen een specifiek werkveld kun je pro bono bijdragen. Je kunt je bijvoorbeeld richten op bedrijven, communicatie, administratie of eventmanagement. Neem contact met ons op als je interesse hebt. 

The Hunger Project werkt in haar programmalanden alleen met lokale staf en lokale vrijwilligers. Het is dus niet mogelijk om in onze programmalanden in Afrika, Latijns-Amerika of Azië te werken. Dit geldt voor zowel betaald werk als stages en vrijwilligerswerk. Waarom we dit niet doen:

  • De belangrijkste verandering waar onze lokale collega’s aan werken in de dorpen in de programmalanden is de verandering van mindset; van een gevoel van afhankelijkheid (van geld en hulp van anderen) naar een gevoel van eigen verantwoordelijkheid. Het vertrouwen dat ze zelf hun leven kunnen veranderen en dat ze samen met hun dorpsgenoten zelf veel kunnen bereiken. Dit is geen gemakkelijk proces, en de aanwezigheid van een niet-lokale vrijwilliger of medewerker, zou dit proces kunnen vertragen.
  • Hoe enthousiast en betrokken een niet lokale vrijwilliger of medewerker ook is, de lokale staf kent en begrijpt de lokale context het best. Het zou veel tijd en aandacht en tijd van onze lokale staf vragen om een niet-lokale vrijwilliger of medewerker volledig in te werken.
  • Tenslotte een praktisch bezwaar: in de dorpen wordt veelal een lokale taal gesproken, die een niet-lokale vrijwilliger of medewerker niet beheerst.

Staat je vraag er niet tussen?

Neem contact met ons op! 

Investeer in een wereld zonder honger.