Het einde van honger, het kan wél!

Het einde van honger,
het kan wél!

FAQ.

Wat bedoelen jullie met chronische honger? Is het mogelijk vrijwilligerswerk voor The Hunger Project te doen? Waarom werken jullie juist op het platteland, en waarom delen jullie geen eten of goederen uit? Lees het allemaal in onze FAQ.

The Hunger Project richt zich op de bestrijding van chronische honger. Chronische, aanhoudende honger is heel wat anders dan acute hongersnood waarvoor in het nieuws vaak veel aandacht is. Toch is deze acute vorm van honger, die wordt veroorzaakt door een tijdelijke crisis, maar een heel klein deel van alle mensen die honger hebben.  Veruit de meeste mensen met honger hebben chronische honger. Dat wil zeggen dat zij dag in, dag uit te weinig, of te eenzijdig eten.

Chronische honger is niet alleen een kwestie van weinig eten, maar vooral van slecht of eenzijdig eten. Het is vaak het gevolg van te weinig mogelijkheden om inkomen te verwerven, gebrek aan kennis en basisgezondheidszorg, en te weinig zeggenschap over beslissingen over de eigen gemeenschap.

Wereldwijd hebben tussen de 720 en 811 miljoen mensen honger. Gemiddeld gaat het om 768 miljoen mensen: dat is 1 op de 10 mensen wereldwijd. Een ruim 46 keer het aantal inwoners van Nederland.

De meeste ondervoede mensen wonen in ontwikkelingslanden. De meerderheid daarvan leeft in Azië en Afrika. Verre weg de meeste van deze mensen wonen op het platteland. Al decennialang daalt het aantal mensen met honger: tussen 1965 en 2015 verdubbelde de wereldbevolking en tegelijkertijd halveerde het aantal mensen met honger. Maar de afgelopen zes jaar kwam er een teleurstellende omslag in die zo gestaag dalende lijn.

Die toename komt allereerst door conflicten, groeiende ongelijkheid en lokale economische crisissen. De andere grote boosdoener is klimaatverandering. Want de steeds heftiger wordende periodes van droogte, onvoorspelbare regens en overstromingen hebben een grote impact op de 2,5 miljard kleinschalige boeren op deze wereld, die voor hun inkomsten en eten immers afhankelijk zijn van regen. Zij blijven een zeer kwetsbare groep.

Sinds 2020 is daar de coronacrisis bijgekomen: het virus zelf, maar ook de maatregelen en de economische terugval. Daarnaast spelen meer oorzaken een rol bij honger. Het is een vicieuze cirkel waarin de omgeving, water, sanitair, onderwijs en gezondheidszorg allemaal een rol spelen.

Veel dorpen rond de wereld worden hard geraakt door corona. Ondanks de alarmerende situatie houden we vast aan ons motto: het kan wél. En we springen in op wat nu nodig is. Zodat zoveel mogelijk mensen – ook in afgelegen dorpen op het platteland – weten wat zij kunnen doen om zichzelf, hun familie en hun dorp te beschermen. Maar ook om te voorkomen dat – door het virus en de gevolgen van de maatregelen – meer mensen onder de armoedegrens terecht komen en honger toeneemt. Daarbij blijkt onze eerdere aanpak van grote waarde. Hoewel in elk dorp de specifieke acties er anders uitzien, is de basis van de corona-aanpak van The Hunger Project hetzelfde: bekijk de 5 acties die aan de basis staan van onze corona aanpak

The Hunger Project trainde de afgelopen jaren bijna 500.000 lokale vrijwilligers. Dat zijn niet een paar mensen – dat is een beweging. Een gouden netwerk van ervaren lokale leiders. Juist zij staan nu voorop in de frontlinies van hun dorpen. Ze kennen de lokale situatie en weten wie wat het meeste nodig heeft. Ze werken goed samen, kunnen razendsnel schakelen en zijn getraind om een leiderschapsrol op te pakken. Ze kunnen bovendien samen toegang claimen tot de nodige overheidsdiensten. En zo kunnen ze, met de nodige veerkracht, hun eigen dorp leiden. Met coaching op afstand van onze lokale experts maken zij het verschil voor hun 15,8 miljoen dorpsgenoten in hun eigen dorpen op het platteland van Afrika, Azië en Latijns-Amerika.

Bij een acute crisis of noodsituatie is noodhulp en het uitdelen van voedsel een manier om levens te redden. Maar de meeste mensen hebben chronische honger. Omdat chronische honger structureel is, heeft voedsel sturen geen zin. Het zou geen duurzame oplossing bieden.

Uitdelen van voedsel is niet alleen onvoldoende om honger te bestrijden, het kan ook schadelijk werken op gemeenschappen. Als er niet goed mee omgegaan wordt, kan gratis voedsel de markt voor lokale voedingswaren ondermijnen en daarmee een gevaar worden voor de beschikbaarheid van voedsel op de langere termijn. Bovendien werkt het afhankelijkheid in de hand.

Deze mensen met chronische honger willen wij helpen om zelf een einde aan hun honger te maken. Structureel. Het doel van onze programma’s is dat zij het heft in eigen handen nemen. En op eigen kracht een duurzame verbetering van de eigen voedselzekerheid bereiken.
The Hunger Project richt zich op het (diepe) platteland omdat daar de nood het hoogst is en de voorzieningen schaars. Helaas is het nog steeds zo dat op het platteland de leefomstandigheden voor heel veel mensen veel slechter is dan in de grote steden. De meeste mensen met chronische honger wonen op het platteland.

Vaak ontbreken op het platteland basisvoorzieningen zoals schoon water, onderwijs, gezondheidszorg, vervoer, en communicatiemiddelen. De mensen hebben daardoor een lagere levensverwachting en minder invloed op de overheid.
The Hunger Project werkt alleen in landen waar een stabiele situatie is. Er moet een stabiele regering zijn, en de gebieden waar gewerkt wordt moeten geen conflictgebieden zijn, maar een zekere mate van vreedzaamheid kennen. Aangezien de programma’s van The Hunger Project lange-termijn-programma’s zijn (bijvoorbeeld acht jaar bij de epicentrumstrategie), kunnen we alleen onder deze voorwaarden aan duurzame ontwikkeling van gemeenschappen werken.

Daarnaast werkt The Hunger Project alleen met lokale staf. Daarom is in ieder land waar gewerkt wordt een vestiging  van The Hunger Project, waar mensen uit dat land werken, die de uitvoering van de programma’s verzorgen.
The Hunger Project Nederland heeft als beleid dat tenminste 85% van de inkomsten wordt besteed aan programma’s. Er is geen specifiek beleid om te sturen op een percentage voor kosten van fondsenwerving of beheer en administratie, behalve dat we die zo laag mogelijk houden. In totaal hebben we in Nederland in 2020 € 1.127.162 uitgegeven aan uitvoeringskosten (2019: € 1.113.082,  2018: € 1.089.352).

Net als in voorgaande jaren waren ook in 2020 vanuit Nederland de meeste geoormerkte gelden beschikbaar voor het werk van The Hunger Project in Malawi en Benin. Van al onze inkomsten ging 28% naar The Hunger Project Malawi, en 15% naar The Hunger Project Benin. Daarnaast droeg The Hunger Project Nederland in 2020 bij aan de programma’s van The Hunger Project in Bangladesh, India, Ghana, Oeganda, Burkina Faso en Ethiopië (in afnemende volgorde van omvang). Ook droeg The Hunger Project Nederland een programmakostenvergoeding af aan het kantoor in New York.
Evelijne Bruning en Annelies Kanis vormen als tweekoppige directie samen het bestuur van The Hunger Project Nederland.

Evelijne Bruning werkte in 2020 voltijds (40 uur per week), met een vaste aanstelling. Haar totale jaarinkomen bedroeg € 93.037 in 2020. Dit is het bruto salaris plus vakantiegeld – The Hunger Project kent geen eindejaarsuitkering of variabele beloning. Daarnaast bedroeg het werkgeversdeel van haar pensioenbijdrage € 9.406. Annelies Kanis werkte in 2020 voltijds (40 uur per week), met een vaste aanstelling. Haar bruto jaarinkomen in 2020 bedroeg € 92.223. Het werkgeversdeel van haar pensioenbijdrage bedroeg € 9.941.

De beloningen van de directie voldoen aan de per 1 januari 2016 ingevoerde Erkenningsregeling Goede Doelen. Daarbij geldt in 2020 een absoluut maximum van € 162.397 voor het jaarinkomen van een directeur bestuurder, bestaande uit brutosalaris, vakantiegeld en eventuele variabele beloning, en van € 201.000 voor het jaarinkomen plus de werkgeversbijdrage pensioen. De beloningen van de directie zijn ook onder de grens van € 189.000 conform de Wet Normering Topinkomens voor de sector ontwikkelingssamenwerking.
Het einde van honger kan wél. The Hunger Project laat met 40 jaar ervaring en met programma’s in meer dan 14.500 dorpen in 13 programmalanden in de praktijk zien dat het einde van honger haalbaar is. De aanpak verschilt per land – want de omstandigheden zijn er ook verschillend – maar in alle gebieden staan de mensen met honger zelf centraal. Zij dragen de oplossing zelf – van onderop, van binnenuit.

Hoewel de laatste jaren honger weer toeneemt, is er daarvoor spectaculaire vooruitgang geboekt. Het einde van honger in 2030 is haalbaar, maar dan moeten we wel met z’n allen héél hard aan de bak om het tij te keren. Met als belangrijkste ingrediënt de mensen met honger zelf. Mensen die geloven dat het anders kan, die verandering in gang zetten en anderen inspireren. The Hunger Project investeert in deze mensen, zodat zij een verschil kunnen maken voor hun dorpsgenoten. Op weg naar het einde van honger voor iedereen.

Je kunt ons werk op verschillende manieren financieel ondersteunen. Door een investering in ons werk te doen. Door lid te worden van netwerk Odisha’s 100, of door partner te worden. Door specifiek in één land of thema te investeren. Via een schenkingsakte of via je testament. Of kom voor ons in actie. 

Wat jammer! Maar uiteraard kan dit: bel (030 233 53 40) of mail ons, en we maken dit zo snel mogelijk voor je in orde.

Dat kan via het online donatieformulier. Of maak je donatie rechtstreeks over op onze Triodos bankrekening: NL69 TRIO 0254 7828 76, met bijbehorende BIC: TRIONL2U.

Woorden doen er toe. Daarom noemen wij mensen die ons werk financieren geen donateurs, maar investeerders. Niet omdat je een financieel rendement terugkrijgt. Maar wel omdat jouw investering in ons werk een sociaal rendement oplevert: maatschappelijke impact. Je bent daarmee dan ook aandeelhouder van ons resultaat.

Voor ons neigt de term ‘donateur’ iets teveel naar liefdadigheid en afhankelijkheid. En dat is per definitie wat wij niet willen. Omdat wij een gelijkwaardige samenwerkingsrelatie zien tussen mensen met honger die zelf hun situatie verbeteren, het team van The Hunger Project én diegenen die dit werk financieel mogelijk maken.

The Hunger Project werkt alleen met The Hunger Project vestigingen in de programmalanden. Er wordt veel samengewerkt met andere organisaties, maar er gaat geen geld van The Hunger Project naar andere organisaties, stichtingen of initiatieven.

Zeker, graag zelfs! Vrijwilligers werken met hun eigen kracht en capaciteiten mee aan een wereld zonder honger en zijn onmisbaar voor ons. Het is mogelijk om binnen een specifieke werkveld bij te dragen aan het werk van The Hunger Project. (Kantoor-) vrijwilligers kunnen zich bijvoorbeeld richten op bedrijven, communicatie, administratie of eventmanagement. Neem contact met ons op als je interesse hebt. 

The Hunger Project werkt in haar programmalanden alleen met lokale staf en lokale vrijwilligers. Het is dus niet mogelijk om in onze programmalanden in Afrika, Latijns-Amerika of Azië te werken. Dit geldt voor zowel betaald werk als stages en vrijwilligerswerk. Waarom we dit niet doen:

  • De belangrijkste verandering waar onze lokale collega’s aan werken in de dorpen in de programmalanden is de verandering van mindset; van een gevoel van afhankelijkheid (van geld en hulp van anderen) naar een gevoel van eigen verantwoordelijkheid. Het vertrouwen dat ze zélf hun leven kunnen veranderen en dat ze samen met hun dorpsgenoten zélf veel kunnen bereiken. Dit is geen gemakkelijk proces, en de aanwezigheid van een niet-lokale vrijwilliger of medewerker, zou dit proces kunnen vertragen.
  • Hoe enthousiast en betrokken een niet lokale vrijwilliger of medewerker ook is, de lokale staf kent en begrijpt de lokale context het best. Het zou veel tijd en aandacht en tijd van onze lokale staf vragen om een niet-lokale vrijwilliger of medewerker volledig in te werken.
  • Tenslotte een praktisch bezwaar: in de dorpen wordt veelal een lokale taal gesproken, die een niet-lokale vrijwilliger of medewerker niet beheerst.

Staat je vraag er niet tussen?

Neem contact met ons op! 

Investeer in het einde van honger.