Honger en Oekraïne: bij elke crisis neemt honger toe.

Na decennia van afname neemt honger wereldwijd weer toe. Dat komt door de klimaatcrisis, de impact van de wereldwijde COVID-19 pandemie en door conflicten. De oorlog in Oekraïne veroorzaakt opnieuw een voedselzekerheidscrisis en versnelt daarmee de toename van honger. Net als bij de klimaatcrisis en de COVID-19 pandemie, worden nu ook de mensen die al in armoede leven het hardst getroffen door de stijgende voedselprijzen.

Een honger pandemie.

Volgens The Hunger Project is chronische honger het grootste oplosbare probleem ter wereld. Maar na decennia van afname neemt honger weer toe. Dat komt door een opstapeling van verschillende crises en veroorzaakt acute honger, langdurige voedseltekorten en chronische ondervoeding. We hebben te maken met een honger pandemie: tot wel 811 miljoen mensen hebben chronische honger en 2,4 miljard mensen hebben onvoldoende toegang tot gezonde voeding.

Bij elke crisis neemt honger toe.

Sinds 2017, stijgen honger cijfers door toenemende economische ongelijkheid tussen mensen en landen. Door extreme droogte en overstromingen veroorzaakt klimaatverandering instabiliteit in de voedselproductie. In 2020, stuwde de COVID-19 pandemie de voedselprijzen verder op. Voedselmarkten en transporten kwamen stil te liggen en veel mensen verloren hun werk en inkomen met als gevolg meer honger en ondervoeding.

De FAO voorspelt dat als gevolg van oorlog in Oekraïne, het aantal mensen met honger verder zal stijgen met 13.1 miljoen tussen 2022 en 2026. Conflict en honger gaan hand in hand. De graanexport uit Oekraïne en Rusland stokt, opnieuw stijgen voedselprijzen en dit treft – net als vaccinatieongelijkheid – vooral de meest kwetsbare landen.

Stijgende voedselprijzen.

Oekraïne en Rusland zijn naast grondstoffen en kunstmest ook belangrijke exporteurs van tarwe, maïs en zonnebloemolie. Dit zijn vitaminerijke gewassen die van cruciaal belang zijn voor de dagelijkse voeding van velen. Het wordt gebruikt voor het bakken van brood, als bakolie en als veevoer. Beide landen zijn essentiële voedselleveranciers voor lage- en middeninkomenslanden waar tientallen miljoenen mensen nu al met voedselonzekerheid kampen. Zelfs vóór de Russische invasie stegen de voedselprijzen al tot het hoogste niveau sinds 2011. Nu moeten graan-importerende landen snel op zoek naar alternatieven. 

In Oost-Afrika vormen tarweproducten een derde van de totale graanconsumptie. Maar liefst 84% van deze tarwe wordt geïmporteerd. En Rusland en Oekraïne leverden daarvan samen de afgelopen jaren 90%. De meest kwetsbare landen staan nu als laatste in de rij.

Daarom roept de FAO op om voedsel importerende landen te ondersteunen met financiering. Hiermee worden landen die deze steun dringend nodig hebben ook gestimuleerd om te investeren in het verduurzamen van de lokale landbouw systemen. Directeur-generaal van de FAO, Qu Dongyu: “Het is de hoogste tijd dat we samen gaan werken om honger en ondervoeding de wereld uit te bannen.”

3 oplossingen voor de lange termijn.

Ondanks deze alarmerende cijfers ziet The Hunger Project honger als het grootste oplosbare probleem ter wereld. Maar dan moeten we wel met z’n allen héél hard aan de bak om het tij te keren en serieus en slim investeren in dit vraagstuk. Het allerbelangrijkste ingrediënt voor het einde van honger zijn de mensen met honger zelf.  Volgens The Hunger Project zijn zij niet het probleem, maar de oplossing. Wij zien dan ook geen miljoenen monden om te voeden, maar miljoenen ondernemende en veerkrachtige mensen. The Hunger Project zet daarom deze 3 lange termijn oplossingen centraal:

  1. Focus op het ondersteunen van kleinschalige boeren en boerinnen. Zij produceren 70% van de voedselvoorziening in lage inkomenslanden, maar worden zelden effectief ondersteund. Met aandacht voor gezonde voeding en het verhogen van voedselsoevereiniteit, uitgaande van het recht op voedsel;
  2. Omarm de lokale ecosystemen en agro-ecologische principes als uitgangspunt voor de verduurzaming van de landbouwsector om zo de veerkracht, diversiteit en efficiëntie van voedselproductie te vergroten. De kennis van deze kleinschalige boeren en boerinnen moet beter op waarde geschat worden;
  3. Versterk lokale markten en voedselketens in lage en midden inkomenslanden, om veerkracht, lokale voedselzekerheid en economische groei te bevorderen. Met deze crisis, is opnieuw duidelijke geworden wat het belang is van het verkleinen van de afhankelijkheid van handel en voedselimport.

De COVID-19 pandemie, de klimaatcrisis en nu ook de oorlog Oekraïne laten de zwaktes zien van het huidige internationale landbouw- en voedselsysteem, met de grootste gevolgen voor de kwetsbaren, met name vrouwen en kinderen.

The Hunger Project leerde van 40 jaar ervaring wat wel en niet werkt op weg naar het einde van honger. We vonden onszelf telkens opnieuw uit. En we gingen voortdurend op onderzoek uit: hoe zit honger in elkaar, wat mist er en wat zou hét verschil kunnen maken?  Dat leidde tot programma’s in meer dan 14.500 dorpen in 13 programmalanden. Daar laten we in de praktijk  zien dat het einde van honger haalbaar is.

Mensen in armoede worden het hardst getroffen door de stijgende voedselprijzen.

Lees hier het Engelstalige NewsWeek artikel door The Hunger Project CEO Tim Prewitt.

Investeer in het einde van honger.