Van Bangladesh tot Ghana: lokale leiders in actie tegen corona

The Hunger Project is met man en macht aan het werk zodat zoveel mogelijk mensen zichzelf en hun gezin kunnen beschermen tegen de impact van de corona crisis, ook in afgelegen dorpen op het platteland. De spil daarin zijn de 500.000 getrainde vrijwilligers en de acties die zij opzetten in de dorpen. 

Lokale leiders aan zet.

De lokale leiders kennen de lokale situatie, weten wie wat het meeste nodig heeft, werken goed samen en zijn getraind om een leiderschapsrol op te pakken. Ze kunnen razendsnel schakelen. Zij komen in actie, op afstand gecoacht door Hunger Project-medewerkers.

We lichten een aantal van hun initiatieven uit – uit Bangladesh, Mexico, Ghana, Benin en India. Een overzicht van de resultaten uit alle Hunger Project-landen vind je hier

Bangladesh: grote vrijwilligersbeweging.

The Hunger Project Bangladesh is de grootste vrijwilligersbeweging van het land. In bijna 4.000 dorpen op het platteland bereiken we met duizenden vrijwilligers ruim 5 miljoen mensen. In al die dorpen heeft The Hunger Project lokale changemakers getraind en vrijwilligersnetwerken opgezet. En al die vrijwilligers komen nu in actie voor COVID-vrij dorpen.

Zo krijgen zij de support op de juiste plek. Ze houden in de gaten welke gezinnen in hun dorp acute ondersteuning nodig hebben. Ze zijn goed op de hoogte van beschikbare sociale vangnetten en hoe ze die moeten aanvragen. En als er geen lokale vangnetten zijn, dan zetten ze zelf gemeenschapsfondsen op voor de armsten uit het dorp. Met deze community filantropie haalden ze bij hun dorpsgenoten geld en goederen op voor bijna 400.000 kwetsbare families. 

Lokale experts maken het verschil.

Mexico: posters in lokale taal.

Niet iedereen kan lezen of spreekt de nationale taal. Maar veel COVID-voorlichtingsmateriaal van de overheid is ontwikkeld in de nationale taal. Daarom maakte The Hunger Project Mexico in samenwerking met UNFPA voorlichtingsposters voor zwangere vrouwen in de lokale talen Tsotsil, Mazateco en Náhuatl. Vrijwilligers hebben ervoor gezorgd dat ze op de juiste plekken werden verspreid.

Ghana: trainingen over gezonde voeding voor kleine kinderen.

Om goede moeder- en kindzorg door te laten gaan, ging The Hunger Project Ghana op zoek naar veilige manieren om nieuwe lokale leiders te kunnen trainen. In samenwerking met de Ghana Health Service volgden vrijwilligers uit de dorpen en verpleegkundigen verschillende  coronaproof trainingen.

Ze leerden hoe zij jonge ouders goed kunnen voorlichten over gezonde voeding. Over lokaal beschikbare superfoods, het belang van borstvoeding en de eerste voedzame hapjes. De vrijwilligers en verpleegkundigen geven de opgedane kennis door aan kersverse ouders in hun dorpen. Zodat ze samen beter kunnen inspringen op wat er nu nodig is, de voeding voor baby’s en kleintjes in de dorpen kunnen verbeteren en zo ondervoeding kunnen voorkomen.

Benin: tippy taps.

De tippy tap is een klein handenwas-station met water en zeep. Het kan met de voet bediend worden, zodat de handen schoon blijven. In Benin plaatsten vrijwilligers er ruim 2.400 in dorpen en bij scholen, zodat zoveel mogelijk mensen hun handen kunnen wassen – ook op plekken zonder stromend water. Daarnaast deelden de vrijwilligers informatie over het belang van handen wassen en andere hygiëne maatregelen.

India: ondersteuning arbeidsmigranten.

De vrouwelijke raadsleden in India maakten zich sterk voor de grote stromen arbeidsmigranten die terugkeerden uit de steden. Ze zorgden ervoor dat de werkers bij terugkeer in de dorpen werden gescreend op coronasymptomen. De raadsleden zetten opvangcentra op waar de arbeidsmigranten veilig in quarantaine konden, indien nodig. En daarna hielpen ze hen via allerhande overheidsregelingen weer aan het werk in het dorp, zoals het bouwen van wegen en dammen.

Investeer in het einde van honger.