Monitoring en evaluatie.

Hoe weten wij of onze programma’s een verschil maken? Of zij écht een einde maken aan honger en armoede? Door monitoring en evaluatie (M&E) brengen we de impact van ons werk goed in kaart en weten zo hoe succesvol we zijn. M&E binnen The Hunger Project is – net zoals al ons werk – participatief. Het is erop gericht om mensen de regie over hun eigen leven te geven.

De basis van monitoring en evaluatie: betrouwbare data.

Een belangrijke voorwaarde is betrouwbare data. Zodat we kunnen analyseren waar de gemeenschappen ‘staan’ op het gebied van bijvoorbeeld voeding of toegang tot gezondheidszorg – in vergelijking tot regionale of nationale gemiddelden. Op alle plekken waar we werken onderzoeken we iedere 3 tot 5 jaar de effecten van ons werk. Met sets van indicatoren kunnen we vergelijken binnen en tussen landen. En we maken zowel gebruik van interne als externe evaluaties.

Participatieve aanpak.

Lokale vrijwilligers verzamelen en analyseren zelf de gegevens. De resultaten koppelen we terug naar de belangrijkste betrokkenen: de gemeenschappen waar we werken. Hoe concreter hoe beter. Bijvoorbeeld door te vergelijken met landelijke gemiddelden – of beter nog, met de targets die de gemeenschap zelf heeft vastgesteld, of met resultaten van dorpen uit de buurt. Zodat ze kunnen zien waar anderen staan en wat mogelijk is. We moedigen hen aan om met deze resultaten prioriteiten te bepalen, zodat zij het heft in eigen handen kunnen nemen.

We vinden het belangrijk dat dorpsgemeenschappen zélf de impact kunnen meten van hun eigen inzet. Dat betekent dat we veel tijd investeren in het trainen van lokale vrijwilligers in de dorpen, zodat zij hun eigen data kunnen verzamelen en analyseren. Deze participatieve aanpak past bij de The Hunger Project.

Daarbij hoort ook dat de gemeenschappen waar we mee werken zelf vaststellen welke einddoelen ze belangrijk vinden. Bovendien geeft het behalen van zelf gestelde doelen veel zelfvertrouwen.

De ex-post evaluatie (2019, lees hieronder meer) in Ghana en Malawi noemde het vieren van behaalde doelen een van de unieke, effectieve kenmerken van The Hunger Project.

Lokale vrijwilligers verzamelen & analyseren zelf de gegevens.

Minder maar slimmer meten.

We hebben in 2019 ons M&E systeem kritisch onder de loep genomen. Het streven was minder te gaan meten en daar slimmer gebruik van te maken. Uit een externe evaluatie in 2018 bleek dat de dataset omvangrijk was, maar tegelijkertijd oppervlakkig.

Leren van data.

In 2019 jaar lieten we een onafhankelijk extern onderzoek uitvoeren in twee van onze werkgebieden – epicentra, ruim drie jaar nadat zij zichzelf zelfredzaam hadden verklaard. We onderzochten wat daar drie jaar later nog van overeind staat. Omdat we willen weten hoe effectief en duurzaam onze aanpak op de lange termijn is, en willen leren hoe we ons werk nog beter kunnen doen. Deze ex-post evaluatie werd uitgevoerd door onderzoeksbureau MDF, met steun van Stichting Dioraphte en de Zweedse Postcode Loterij. De evaluatie vond plaats in twee epicentra, Nkawanda in Ghana en Ligowe in Malawi, die allebei in 2016 zelfredzaam werden.

De resultaten laten zien dat beide gemeenschappen nog steeds gebruik maken van de epicentrumdiensten die ze zelf hebben georganiseerd, zoals het microkredietloket en de voedselbank. Er zijn nog volop uitdagingen op het gebied van water en sanitatie. En ook op het gebied van genderlijkgelijkheid en jongerenparticipatie valt nog een verbeterslag te maken. Maar de sociale infrastructuur staat als een huis. De epicentra fungeren nog steeds als motor voor verandering, geleid door de mensen zelf. Lees meer over deze externe evaluatie, en bekijk hieronder het online rapport:

Afrika: zelfredzaamheid meten.

In onze Afrikaanse programmalanden werken we via de epicentrumstrategie toe naar zelfredzaamheid. Essentieel voor zelfredzaamheid is officiële erkenning van het epicentrum en landrechten voor het epicentrumgebouw. Zo kan het epicentrum als zelfstandige organisatie functioneren. Een epicentrum moet daarnaast voldoende scoren op de nieuwe drempeltoets van 17 indicatoren voor zelfredzaamheid, verdeeld over negen doelen – van verbeterde zeggenschap en leiderschap voor en door vrouwen tot vermindering van ernstige en milde honger in de gemeenschap:

  • De gemeenschap stelt zichzelf doelen en werkt actief aan het behalen van die doelen
  • Empowerment van vrouwen en meisjes
  • Verbeterde toegang tot veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen
  • Meer mensen kunnen lezen en schrijven, en meer kinderen gaan naar school
  • Er is minder honger en ondervoeding, vooral bij vrouwen en kinderen
  • Verbeterde toegang tot en gebruik van gezondheidsvoorzieningen
  • Minder huishoudens leven in armoede
  • Boeren produceren meer door gebruik van verbeterde landbouwtechnieken
  • Gemeenschappen zijn weerbaarder tegen klimaatverandering

Evaluatie Malawi - Majete programma's.

Op verzoek van Stichting Dioraphte, financier van zes epicentra rondom het Majete wildpark in Malawi, voerden Phil Compernolle en haar Malawiaanse counterpart Alfred Dzilankhulani in 2018 een externe evaluatie uit om de effectiviteit van de Majete programma’s van The Hunger Project te onderzoeken. De evaluatie heeft ons inzicht gegeven in de sterke en zwakke onderdelen van de epicentrumstrategie zoals die wordt uitgevoerd rondom Majete. We zijn blij met de resultaten.

De afgelopen jaren is de ‘Majete-aanpak’ gebruikt als voorbeeld van succesvolle community-led development rondom wildparken. Er lopen volop gesprekken met andere partijen om dit succes op andere plaatsen in de wereld te herhalen.

Women Empowerment Index.

Vrouwen zijn cruciaal voor het einde van honger. Hoewel voor veel organisaties de empowerment van vrouwen centraal staat, ontbrak een goede methode om resultaten te meten. Daarom heeft The Hunger Project de Women Empowerment Index ontwikkeld. Daarmee brengen we de voortgang in kaart op het gebied van zelfbeschikking, inkomen, leiderschap, toegang tot middelen en kennis en ten slotte tijdsbesteding. Met niet alleen oog voor de vooruitgang van vrouwen, maar ook voor de mannen Want de empowerment van vrouwen gaat niet over vrouwen alleen. Daarom kijken we ook hoe de resultaten zich verhouden tot de situatie van de mannen in hetzelfde dorp. Met de Women Empowerment Index kunnen we ons werk nog beter doen en vrouwen zo goed mogelijk ondersteunen.

Meer over de
Women Empowerment Index

Kindhuwelijken.

Sinds 2016 werken The Hunger Project, Stichting Kinderpostzegels en ICDI samen in de alliantie Her Choice aan het terugdringen van kindhuwelijken. Onderzoekspartner Amsterdam Institute for Social Science Research (AISSR) van de Universiteit van Amsterdam (UvA) houdt ondertussen goed de vinger aan de pols. Onderzocht wordt waarom meisjes vroeg trouwen, of de aanpak werkt en waar ruimte is voor verbetering. Met deze continue informatie wordt meer kennis opgebouwd over het complexe onderwerp kindhuwelijken, en gekeken hoe nog meer meisjes nog beter geholpen kunnen helpen.

Het Midline Report maakte de balans op, halverwege het vijfjarige Her Choice programma. Aan het onderzoek deden 5204 meisjes, 3621 huishoudens, 68 gezondheidscentra en 145 leraren mee. Uit het onderzoek blijkt dat het aantal kindhuwelijken in bijna alle werkgebieden sterk is verminderd. Meisjes in de werkgebieden weten beter wat hun rechten zijn. Ze zijn doordrongen van de nadelen van kindhuwelijken en spreken zich hier meer over uit. Zeker in Afrika hebben meer meisjes het gevoel dat ze zélf kunnen beslissen over een eventueel huwelijk.

Evaluatie Bangladesh.

In 2016 evalueerde een gerenommeerd extern instituut, Transtec, ons programma in Bangladesh. Het ging om een twee jaar durend project in tien districten (Unions) gericht op het versterken van de basisdemocratie op het platteland, gefinancierd door de United Nations Democracy Fund. De bevindingen van de evaluatie waren zeer lovend. De evaluatie laat zien dat 49% meer mensen vindt dat vrouwen actief betrokken moeten worden bij de politiek, 48% meer mensen gelooft dat zij zelf hun gemeenschap kunnen veranderen en het aantal mensen dat helemaal niks wist over zijn/haar rechten afnam met 51%. Het project maakt lokale leiders daadwerkelijk bewust van basale mensenrechten en brengt de belangen van de lokale gemeenschap beter bij politici voor het voetlicht.

Evaluatie India.

Uit een externe evaluatie (2015) van ons leiderschapsprogramma in Madhya Pradesh in India blijkt dat getrainde vrouwelijke leiders dubbel zo veel zelfvertrouwen hebben als ongetrainde vrouwen, meer acties voor hun dorp ondernemen en dat hun politieke daadkracht groter is. De vrouwelijke leiders worden daadwerkelijk change agents in hun gemeenschappen. Verder blijkt de samenwerking tussen vrouwelijke leiders onderling de meeste invloed te hebben – wanneer vrouwen samenwerken in federaties, lukt het veel vaker om bijvoorbeeld betere scholing, watervoorzieningen en werkverschaffingsprojecten voor hun dorp te regelen.

Een evaluatie (2016) van het leiderschapsprogramma van in Odisha geeft vergelijkbare resultaten. De getrainde vrouwen voelen zich zelfverzekerder, voelen zich gehoord door hun gemeenschap en stellen meer controversiële onderwerpen – zoals huiselijk geweld en kindhuwelijken – aan de kaak, en is er in de onderzochte dorpen meer erkenning en acceptatie van vrouwen in de politiek. Daarnaast komt de kracht van samenwerking tussen deze vrouwen duidelijk naar voren in de evaluatie.

Evaluatie Benin.

In 2015 evalueerde het African Studies Centre de epicentrumstrategie van het succesvolle epicentrum Bétérou in Benin.

Monitoring en evaluatie binnen The Hunger Project is erop gericht om mensen de regie over hun leven te geven. Onze aanpak is langjarig. We volgen de gemeenschappen waarmee we werken gedurende meerdere jaren om te leren wat wel en wat niet goed werkt. En of onze programma’s écht een einde maken aan honger en armoede. We vinden het belangrijk dat dorpsgemeenschappen zélf de impact kunnen meten van hun eigen inzet. Deze participatieve aanpak past bij de The Hunger Project. 

Investeer in het einde van honger.